VWO Frans

Table of Contents

1 vwo

Le Présent

Être en Avoir

Aller

Devoir, Pouvoir en Vouloir

Wederkerende werkwoorden

Le Futur Proche

Lidwoorden: le, la, les, un, une, des

Bijvoeglijke naamwoorden

2 vwo

Le Passé Composé

L’Imparfait

Passé Composé of Imparfait

Ontkenningen

Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden

Aanwijzende bijvoeglijke naamwoorden

Directe en indirecte objectpronomen

De impératif

3 vwo

Le Futur Simple

Passé Composé of Imparfait

Directe en indirecte objectpronomen

De impératif

Devoir, Pouvoir en Vouloir

Ontkenningen

Bijvoeglijke naamwoorden: overeenkomst

4 vwo

Le Conditionnel Présent

Le Plus-que-Parfait

Passé Composé of Imparfait

Directe en indirecte objectpronomen

De impératif met pronomen

Ontkenningen in samengestelde tijden

5 vwo

Le Conditionnel Présent

Le Plus-que-Parfait

Gecombineerd gebruik van tijden

Directe en indirecte objectpronomen

Ontkenningen

6 vwo

Le Conditionnel Présent

Le Plus-que-Parfait

Passé Composé of Imparfait

Directe en indirecte objectpronomen

Ontkenningen in samengestelde tijden

Imperatief met objectpronomen